Wat is het getij en droogvallen?

Het getij

Onder getij verstaat men het periodiek rijzen en dalen van de waterspiegel, veroorzaakt door de aantrekkingskrachten van de maan en de zon op de draaiende aarde. De getijbeweging is een golfbeweging. Men spreekt van vloed of opkomend tij en van eb of afnemend tij. De maximale waterhoogte tijdens deze cyclus heet hoogwater, de minimum waterhoogte laagwater. De getijden worden teweeggebracht door getijstromen, te onderscheiden in eb- en vloedstromen. Het getij komt door twee toegangen de Noordzee binnen: in het noorden tussen Schotland en Noorwegen en in het zuiden via het Nauw van Calais. De waddenkust valt geheel binnen het bereik van de getijgolf die uit het noorden de Noordzee binnenkomt. Het blijkt dat in het waddengebied de omkering van de richting van de getijstromen, de kentering, ongeveer samenvalt met het tijdstip van hoog- en laagwater. De snelheden van eb- en vloedstromen nemen naar binnen toe af. Door de sterkere vloedstroom is de tijdsduur van de vloed in het waddengebied korter dan die van eb. Men moet dus op het wad rekening houden met vrij snel opkomend water.

Springtij: Indien zon en maan in een lijn met de aarde staan, treedt een maximale versterking op van de aantrekkingskracht op de aarde. Het is dan Volle Maan of Nieuwe Maan, het getij heet springtij en kenmerkt zich door een hogere hoogwaterstand en een lagere laagwaterstand dan normaal. Valt springtij samen met storm dan kunnen uitzonderlijke hoge waterstanden worden bereikt. 

Doodtij: Indien de verbindingslijn aarde-maan loodrecht op de aarde-zon staat spreekt men van het eerste kwartier of laatste kwartier. Het bijbehorende getij heet doodtij, dat een lagere hoogwaterstand en een hogere laagwaterstand heft dan normaal, zodat het getijverschil kleiner is. In werkelijkheid treedt er vertraging op in het golfkarakter van de getijden, zodat springtij en doodtij niet precies met de schijngestalten van de maan samenvallen, maar enkele dagen erna optreden.

Wanneer is het spring- of doodtij? Het is twee keer per maand springtij en doodtij: springtij ongeveer 3 dagen na Volle Maan en na Nieuwe Maan en doodtij ongeveer 3 dagen na Eerste Kwartier en na Laatste Kwartier. Als het vandaag springtij is, is het over een week doodtij en andersom ook natuurlijk. Het getijverschil op het wad ligt tussen 1,2 m (doodtij Den Helder) en 3,3 meter (springtij Delfzijl): van west naar oost wordt het verval steeds groter. In het waddengebied liggen de verschillen van springtij en doodtij ten opzichte van gemiddeld hoogwater in de orde van 50 cm.

Varen op getijdenwater

Het varen op de Waddenzee wordt beinvloed door de stroming: afhankelijk van je dagprogramma en koers kun je gebruik maken van de zeestroming door met de stroming mee te varen en daardoor je reis sneller af te leggen. Vaak heb je echter te maken met delen van de tocht waarbij je de stroom tegen hebt - of zijstroming waardoor het schip op zij gezet wordt. De snelheden van getijstromen kunnen op bepaalde gedeelten van het wad zoals in de zeegaten en de smalle diepe geulen dicht bij zee best hoog zijn: tot 4 knopen (ruim 7 km/uur). Op de Eems en het Duitse Wad komen wel stroomsnelheden van 5 of 6 knopen voor. Onze schepen hebben echter voldoende motorvermogen om indien nodig tegen de stroom in te varen.

Hoe weet je nu welke kant de stroom loopt? Er zijn een paar simpele wetenswaardigheden die in het algemeen aangeven wanneer er welke stroom loopt. Zo zijn er getijde tabellen waar in is aangegeven waar het op een bepaalde dag en tijd hoog en laag water is. Daarbij weet je dat bij Texel, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog de vloed vanuit de Noorzee naar binnen loopt, Dus vanaf laag water bij Texel of Terschelling vaar je met de stroom mee naar bijvoorbeeld Harlingen. Omgekeerd vaar je met de stroom mee vanuit Harlingen vanaf hoogwater naar de eilanden toe. Maar er zijn ook detailkaarten van het wad die aangeven op welke tijd en in welke geul de te verwachten stroomsterkte- en richting is. Daarbij moet je wel ook rekening houden dat door de wind en het tij (spring- of doodtij) de verwachte getallen kunnen afwijken. 

Droogvallen op de Waddenzee

Omdat onze prachtige historische zeilschepen een vlakke bodem (diepgang Noordvaarder = 1,30m / Victoria S = 1,10m) hebben zijn het ideale schepen om droog te vallen. Dit is een unieke ervaring die je niet mag missen tijdens de zeilreis op de Waddenzee. Bij het droogvallen maken wij gebruik van het getij. Met afgaand water varen we een paar uur voor laagwater het schip vast op een van de vele zandplaten. De tijd is afhankelijk van hoeveel water er wegloopt en bij hoog water weer terugkomt. Wij weten uit onze jaren lange ervaring waar de mooiste zandbanken liggen. Eenmaal vastgevaren wachten we tot het water verder zakt totdat we van het schip af kunnen en de bodem van de Waddenzee kunnen verkennen. We wandelen dan op de zeebodem, waar we eerder nog zeilden. In verband met het feit dat de Waddenzee Unesco Werelderfgoed is mogen we niet overal droogvallen en dienen we ons aan de erecode van het Wad te houden om de natuur (bodemdieren, vogels en zeehonden) niet te verstoren. Hierover informeren we onze gasten dan ook. Bij opkomend water gaan we weer aan boord. Als het schip weer vlot komt en drijft varen we - afhankelijk van weer, wind en tijd - naar de haven of gaan in een vaargeul voor anker. Aan boord hebben we diverse zoekkaarten en boekjes op in op te zoeken wat je hebt gevonden. Natuurlijk gaan wij ook met je mee het Wad op en delen we graag onze kennis. Mochten er kokkeltjes, mosseltjes of garnaaltjes zijn dan kunnen we deze samen bereiden en genieten van een lekker hapje van het Wad.



Stap aan boord en beleef dit unieke zeilavontuur met ons!